Europese Unie

BRUSSEL - De grote vergaderzaal in het Europees Parlement. ANP PHOTO LEX VAN LIESHOUT

De Europese Unie (EU) is een samenwerkingsverband van 27 Europese landen. Deze lidstaten hebben gemeenschappelijke instellingen opgericht, die beslissingen nemen op gebied van o.a. landbouw en visserij, kolen- en staalproductie en milieu.

De basis van de EU werd gelegd in 1952. Zes landen (België, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland en West-Duitsland) richtten toen het EGKS (Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal) op. In 1957 breidden ze de samenwerking uit en tekenden ze het Verdrag van Rome. Ze richtten de EEG (Europese Economische Gemeenschap) en EURATOM (Europese Gemeenschap voor Atoomenergie) op.

In 1967 werden deze drie organisaties samengevoegd in de EG (Europese Gemeenschappen). Door de jaren heen werden steeds meer landen lid. In 1973 waren dat Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk. Op 23 juni 2016 hebben de Britten gestemd voor een vertrek uit de EU, de 'Brexit'. In 1981 volgde Spanje en vijf jaar later Portugal. In 1992 tekenden de landen het Verdrag van Maastricht ter oprichting van de Europese Unie. Er werd besloten om een Europese munteenheid in te voeren. In 2002 werd de euro ingevoerd. In 1995 traden Finland, Oostenrijk en Zweden toe tot de EU. In datzelfde jaar treedt het Schengenverdrag in werking. Dat houdt in dat er geen grenscontroles meer plaatsvinden tussen de 26 landen die het verdrag tekenden.

In 2004 traden Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië tot de EU toe. Drie jaar later volgden Bulgarije en Roemenië. Door de snelle groei van de EU was het noodzakelijk om de Europese organisaties te hervormen. De lidstaten praatten over een Europese Grondwet. In 2005 werd deze wet verworpen door Frankrijk en Nederland. De wet werd herzien en onder de naam Verdrag van Lissabon in 2009 door alle lidstaten goedgekeurd. In 2013 volgde het land Kroatië.

Instellingen

De EU bestaat nu uit 7 officiële instellingen:
- de Europese Commissie (dient wetsvoorstellen in),
- de Raad van de Europese Unie (27 ministers, varieert naargelang het onderwerp dat wordt besproken),
- het Europees Parlement (736 volksvertegenwoordigers, beslissen over wetsvoorstellen),
- het Hof van Justitie (ziet toe op de naleving van de EU-wetgeving),
- de Rekenkamer (controleert de financiën),
- de Europese Raad (de regeringsleiders van de 27 lidstaten) en
- de Europese Centrale Bank.

Europese verkiezingen

Op 22 en 25 mei 2014 waren het Europese verkiezingen. 43% van de Europeanen ging stemmen. In Nederland was dat 37%, in België 90%. De Europese Volkspartij (CDA, CD&V) won 212 van de 765 zetels. De Progressieve alliantie (PvdA, SP.a) won 186 zetels.

In Nederland werden D66 en het CDA de grootste, met elk 4 zetels. In België werd de N-VA de grootste met 4 zetels, gevolgd door de OpenVLD, de PS en de MR met elk 3 zetels.

Dossier:

Europese Unie

Laatste wijziging: 22 juni 2017
Dossier Thema: Landen en Volken