Astronomie

Planetenstelsel met zeven aardachtige planeten rond ster TRAPPIST-1. ANP INFOGRAPHICS GEEN CAPTION

Astronomie of sterrenkunde is de wetenschap die hemellichamen bestudeert, zoals sterren, sterrenstelsels, (exo)planeten, kometen, enz.

Hoewel het heelal bestuderen waarschijnlijk van alle tijden is, is de astronomie als serieuze wetenschap tot bloei gekomen nadat er betere instrumenten ter beschikking kwamen. Galileo Galilei richtte in 1609 als eerste een telescoop naar de hemel. De telescoop werd een jaar eerder door Hans Lipperhey uitgevonden. In de loop der eeuwen werden de waarnemingen door middel van telescopen steeds beter. Tegenwoordig is het mogelijk om hemellichamen op te sporen die miljarden kilometers van de aarde verwijderd zijn.

Heelal

Wanneer je naar de sterren kijkt, kijk je eigenlijk terug in de tijd. Dat komt omdat licht tijd nodig heeft, voordat het de aarde bereikt. Hoe verder de sterren staan, hoe langer het licht nodig heeft om de aarde te bereiken. Als het licht van een ster 1000 jaar onderweg is, dan zie je op aarde hoe de ster er 1000 jaar geleden uitzag. Het beeld van een ster die verder staat, is dus nog ouder. Astronomen hebben nu een sterrenstelsel ontdekt dat 13,1 miljard jaar geleden ontstaan is. Dat is amper 600 miljoen jaar na de big bang. De theorie is dat hoe verder je kan kijken, hoe dichter je bij het ontstaan van het heelal komt.

In het heelal vind je verschillende hemellichamen. Verreweg de bekendste zijn sterren. Er zijn meer dan 10.000.000.000. 000.000.000 sterren in het heelal. Sterren ontstaan in gas- en stofwolken. De deeltjes in die wolken smelten samen tot een gigantische bol. Die bol is zo heet, dat hij licht geeft. Sterren staan bijna nooit alleen. Ze zijn verzameld in sterrenstelsels.
Op een bepaald moment sterft de ster en dooft hij uit. Dat kan miljarden jaren duren. Wanneer een grote ster sterft, vindt er een enorme explosie plaats. Daarna krimpt alles ineen tot een kleine massa en ontstaat er een zwart gat. Doordat een zwart gat zoveel massa bezit, en dus erg zwaar is, trekt het alles naar zich toe. Een zwart gat is zo sterk dat zelfs het allersnelste, namelijk licht, niet kan ontsnappen. Doordat het zwarte gat al het licht opneemt, is het zwart.

Rond sterren cirkelen vaak andere hemellichamen, zoals planeten en planetoïden. Een planeet, zoals de Aarde, is een rond hemellichaam dat in een vaste baan om een ster cirkelt. Een planetoïde (of asteroïde) doet dat ook, maar is kleiner dan een planeet en niet rond. Ze zien eruit als rotsblokken. Meteoroïden zijn kleinere planetoïden, eerder stenen dan rotsblokken. Een meteoroïde verandert in een meteoor (of vallende ster) wanneer de ruimtesteen in de dampkring van de aarde komt. Wanneer de ruimtesteen op aarde is terechtgekomen, spreken we van een meteoriet.
Ook rond planeten en planetoïden kunnen hemellichamen cirkelen. Dat worden manen of natuurlijke satellieten genoemd.

Buitenaards leven

Astronomen zijn op zoek naar buitenaards leven. Dat doen ze door te zoeken naar aardachtige exoplaneten. Dat zijn planeten die om een andere ster draaien en aardachtige eigenschappen hebben. Ze moeten onder andere een vergelijkbare atmosfeer hebben en op een goede afstand rond de ster draaien. Enkel met leefbare temperaturen en de juiste atmosfeer is leven op een exoplaneet mogelijk.

Dossier:

Astronomie

Laatste wijziging: 22 maart 2017
Dossier Thema: Wetenschap en Techniek